Index

Home
Zoek faillissement
Indienen vordering
Contact met curator
Nog niet failliet-alert
Mijn alerts
Abonnementen
Volg faillissementen
Boedels te koop
Failliet per branche
Failliet in regio
Geografische info
Monitor services
Onze abonnementen
Debiteurenbeheer
Nieuwsarchief
Kenniscentrum
Mail webmaster
Ontvang nieuwsbrief
b5dee0eeb8fc4962
f88207f4f684f76b
Dienstverleners
Opzeggen
Voor curatoren
Voor journalisten
Uw link naar ons
Onze services
Disclaimer / gebruik

Richtlijnen faillissementen en surseances van betaling

 « terug

Overige pagina's:
 Introductie
 Inhoudsopgave en integrale tekst


Voorwoord en belangrijkste wijzigingen

Dit zijn de vernieuwde richtlijnen in faillissementen en surseances van betaling zoals deze, behoudens een hierna te noemen uitzondering, in werking zullen treden op 1 januari 2005. Zij treden in de plaats van de richtlijnen van 1997. De richtlijnen bevatten bepalingen ter uniformering van het rolbeleid van de faillissementskamers van de rechtbanken en algemene instructies aan bewindvoerders en curatoren. Het landelijk overleg van rechters-commissarissen insolventies (Recofa) heeft de richtlijnen opgesteld na overleg met de faillissementscommissie van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en de Vereniging Insolventierecht Advocaten (Insolad). Deze vernieuwde richtlijnen bevatten een groot aantal wijzigingen ten opzichte van de eerdere versies van 1990 en 1997. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:
  1. Het meest ingrijpend is de bepaling (20d3), dat bewindvoerders en curatoren hun tijdregistratie dienen te specificeren naar negen tijdschrijfgroepen, die als bijlage bij bepaling 20e zijn gedefinieerd (inventarisatie, personeel, activa, debiteuren, zekerheden, doorstart/voortzetten, rechtmatigheid, crediteuren en overige). Pro memorie is in genoemde bijlage een tiende tijdschrijfgroep vermeld, omdat de aard van een faillissement of surseance het gewenst kan maken om (in overleg met de rechter-commissaris) n of meer extra tijdschrijfgroepen te hanteren.
  2. Er wordt landelijk een modelverslag ingevoerd, waarvan de hoofdstukken corresponderen met de hiervoor onder 1. genoemde tijdschrijfgroepen (10a).
  3. Bij elk verslag wordt in een vertrouwelijk gedeelte de totale tijdbesteding per tijdschrijfgroep opgegeven tezamen met een uitdraai van de tijdregistratie (20g). De rechter-commissaris kan daardoor de relatie leggen tussen de in het verslag per hoofdstuk beschreven werkzaamheden en de daaraan totaal bestede tijd.
  4. De periode, waarover de bewindvoerder of curator een voorschot op het salaris kan verzoeken, is steeds gekoppeld aan (n of meer) verslagperiodes (21).
  5. Bij elk verslag wordt (behoudens uitzonderingen) een tussentijds financieel verslag gevoegd, waarin de stand van de boedelrekening wordt verantwoord (12a en 30b). In het daarvoor te hanteren model is eenvoudig te herkennen welke mutaties in de verslagperiode plaatsvonden (12).
  6. De procedure voor vereenvoudigde afwikkeling is geniformeerd. Het verzoek wordt pas gedaan na vaststelling van het eindsalaris van de curator en ingediend via een daarvoor ontwikkeld modelverzoekschrift (19).
  7. In overleg met de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en Insolad is de separatistenregeling aangepast en uitgebreid. Deze regeling is in bepaling 15b van toepassing verklaard en als bijlage aan de richtlijnen gehecht. Afspraken van de curator met de separatist dienen aan de rechter-commissaris ter goedkeuring te worden voorgelegd (15).
  8. Voor verzoeken om toestemming tot onderhandse verkoop van activa van enige omvang (meer dan 5.000 euro) is een modelverzoek ontwikkeld, waarin alle vragen zijn opgenomen die doorgaans moeten worden beantwoord (14c).
  9. Bij verificatievergaderingen is in de mogelijkheid van pro forma behandeling voorzien (16).
  10. De honorering van faillissementsmedewerkers vindt niet langer plaats op basis van leeftijd, maar is afhankelijk van relevante ervaring in combinatie met opleiding (20e en 20f). Faillissements-medewerkers, van wie de werkzaamheden op basis van leeftijd werden beloond, ondervinden door invoering van de richtlijnen geen nadeel in die zin dat de op hen van toepassing zijnde salarisfactor niet verlaagd kan worden (32b).
Recofa onderkent dat tijdregistratie in tijdschrijfgroepen (a) waarschijnlijk een (mogelijk ingrijpende) aanpassing in de software van de door bewindvoerders en curatoren gebruikte tijdregistratiesystemen noodzakelijk maakt, alsmede (b) dat een dergelijke aanpassing enige tijd zal vergen en (c) dat het de voorkeur verdient om deze aanpassing enigszins te begeleiden en te cordineren. Hierdoor zullen de bepalingen 20d3 en 20e niet tegelijk met de overige richtlijnbepalingen in werking kunnen treden. In verband hiermee zal een commissie worden ingesteld, bestaande uit een aantal rechters-commissarissen, leden van de faillissementscommissie van NOvA en door het bestuur van Insolad aan te wijzen curatoren. Deze commissie zal de haalbaarheid en de invoeringstermijn van tijdregistratie in tijdschrijfgroepen onderzoeken. De commissie zal uiterlijk 1 november 2004 rapport uitbrengen van haar bevindingen, waarna Recofa een besluit zal nemen over de (datum van) inwerkingtreding van de richtlijnbepalingen 20d3 en 20e. Voor het overige wordt verwezen naar de in de richtlijnen opgenomen overgangsbepaling (32).

Binnen Recofa is afgesproken dat de richtlijnen periodiek zullen worden gevalueerd. Wij spreken de hoop en verwachting uit dat de vernieuwde richtlijnen zullen bijdragen aan verdere uniformering van het beleid van rechtbanken inzake faillissementen en surseances van betaling, alsmede dat de van bewindvoerders en curatoren gevraagde extra inspanning op het gebied van tijdregistratie zal bijdragen aan de effectiviteit van het toezicht van de rechter-commissaris.

Mr. H.H. Dethmers
Secretaris Recofa
19 juli 2004
Login
Login voor curatoren, rechters-commissarissen, en premium-abonnees




Bedrijfsinsolventies in de maand juli 2019
Faillissementen
Schuldsaneringen
Surseances
Meer statistieken »
Aantal verslagen 254420
over ons